Het blaadje valt …

Weids is het kleed van bevrijding,
Een vormloos veld van mededogen.
Ik draag de leer van de Boeddha,
Alle levende wezens bevrijdend

 

Met een sierlijk boogje valt een blaadje.Het komt precies in de vijver terecht en verandert daar in een ‘bootje zonder bestemming’.

Heerlijk om zoiets te zien, om te ervaren hoe het naadloos ‘klopt’. Ik zie intussen best dat mijn idee van een bootje daar helemaal niets mee te maken heeft. Blaadje valt in de vijver. Punt. Waarom wil ik er iets meer van maken? Ja, gaat vanzelf … Hmm …

Katsuki Sekida, de grote ‘nen-meester’, zou gehakt maken van deze intro. Want wat ik hier laat zien is ons onvermogen om bij het waarnemen te blijven en daar houdt hij niet van. We kleuren onze werkelijkheid steeds in en daarom is het ook zo lastig om de werkelijkheid te beschrijven.

Alan Watts

Alan Watts noemt dit het rood schilderen van een rode roos. Zodra we gaan denken en beschrijven, scheiden we ons af van wat het leven ons van moment tot moment aanbiedt. Wat we in ons hoofd zo royaal doen, de godganse dag. We stapelen ‘nen’ op ‘nen’, gedachteprikkel op gedachteprikkel, en zijn steeds maar bezig om onze ervaringen te duiden en te sturen.

Konden we maar bij het vallende blaadje blijven in open verwondering … Dat uitweiden met onze gedachten, wordt in klassieke zenkringen niet al te zeer op prijs gesteld. Wij moeten leren in de eerste ‘nen’ te blijven, zoals ook de onlangs overleden zenmeester Seung Sahn ons voorhoudt:

Seung Sahn

‘Zen mind is before thinking. If already you are thinking, it is too late.’, zegt hij dreigend in Only Don’t know. Alleen vòòr het denken zien we het blaadje of de roos. Zou heel fijn zijn, maar zo werkt bij ons meestal niet.

Hoezeer Sekida, Watts en Seung Sahn ook gelijk mogen hebben: het goede nieuws is dat het ‘vormloos veld van mededogen’ ook en onmiddellijk mijn blad-bootje en het rood schilderen van de roos in zich opneemt, want dit veld weigert niets. Wat een ontdekking! Dàt is het kleed van bevrijding! De werkelijkheid omvat alles vanuit een eindeloos Drosteverpleegster-perspectief. Dat ik deze simpele conclusie niet vertrouw is het dilemma waar ik steeds weer mee zit en dan gaat deze ware mens in de ‘fout’: stamelen en stotteren en denken tot ik een ons weeg. Niko sensei schrijft in Het Temmen van de os dat de ware mens zonder naam, rang of stand ook woont in die stotterende en gebrekkige mens. Kan ik dat zien?

Kan ik mijzelf met al mijn gedoe, met al mijn ‘terugvallen’, met al mijn draaitol-gedachten en mijn facebook- en smartphone-verslaving ervaren als bevrijd? Seung Sahn sloeg zijn leerlingen letterlijk en figuurlijk om de oren, net als antieke zenmeesters. Allemaal om ze tot dit besef te brengen, dat alleen maar kan ontstaan uit niet-weten. ‘Before thinking’. Hij gebruikt deze woorden in zijn op de site van Hans van Dam gepubliceerde teksten 74 keer. Kijk door je denken heen, roept hij, en blijf daar! Maar het doorzien van onze weet-geest betekent niet dat we ons niet meer schuldig maken aan denken, weten, oordelen en gestamel, maar dat we dit liefdevol kunnen waarnemen vanuit het besef dat er nooit iets aan de werkelijkheid valt toe te voegen of af te doen.

Dogen Zenji

En daar ligt, denk ik, de doorstart naar het overbekende citaat van Dogen over het leren kennen van jezelf. Als dat gebeurt, verdwijnt het zelf-idee en ontwaar je je in alle mensen en dingen en los je daarin geheel op. Een eindeloos proces van totale ‘wederzijdsheid’. Ze noemen het overgave of verlichting, maar er valt niets aan te zien. Het IS alleen maar zo. Dit is wat Longchenpa noemt: ‘het spel van pure en totale aanwezigheid’. Het is tevens ‘een spel van mededeogen dat niet oprijst, niet ophoudt te bestaan en zonder zelf is.’ Het ‘zijn-voor-anderen’ is daarmee altijd beschikbaar. ‘Het hoeft niet tot stand te worden gebracht.’ Het is er al, nu en nu en nu …

Longchenpa

Mededogen of liefde is de katalysator binnen de toestand die Dogen en Longchenpa in de vorige alinea beschrijven, inclusief onze neiging omsteeds weer uitsluitend ons duale spel van mitsen en maren te zien. De toestand van overgave en verlichting is er altijd, onder alle omstandigheden. Ook in ons tijdverdrijf van mitsen en maren.

Zo is zen voor mij een dankbare weg om me steeds verder te laten zakken in wat mijn leven is, ongeacht de gevoelens van weerstand en onveiligheid die daarbij kunnen optreden.

Want ook al beneemt het leven mij soms de adem, het vertrouwen groeit toch zonder dat ik weet welke bodem zijn voedingsgrond is. We geven dat namen als de bron van alle zijn, big mind, God, tao, Boeddha, wakkere geest. En ik ben mijn leraar Niko sensei zeer erkentelijk voor de wijze waarop hij mij bij de hand nam om die voedingsgrond te verkennen.

Opeens zie ik dat het kleine blad-bootje in de vijver mij aan boord heeft. Wat verrassend! Ik vaar in dat bootje en ik zie dat alles, vijver, bomen, struiken, licht, lucht bootje zijn. Geen onderscheid. Het bootje is een metafoor voor wat ik ben. Dogen zegt daarover: ‘Leven is dat wat ik tot leven breng en wij zijn dat wat het leven tot leven brengt’. En Niko sensei voegt er aan toe: ‘In elk leven werkt alles wat zich voordoet, tot en met de dood toe, samen en is niet op te splitsen in wel-boot en niet-boot. Alles: kust, bergen, wolken, zon, maan, roerganger en medepassagiers zijn boot: leven.’