Mens en tijd …

Ik leerde hem kennen in de jaren zeventig. Hij was een ‘captain of industry’. Iemand van de ondernemersvereniging vroeg of ik zijn ghostwriter wilde zijn voor een bijdrage aan een symposium.

Tien jaar later ging zijn bedrijf ten onder. Hij ging in Londen wonen, theologie studeren in Leeds en begon een totaal nieuw leven. Hij ontpopte zich al snel tot een bevlogen ecoloog die ook daadwerkelijk in actie kwam. Kijk maar op Google. Hij heeft inmiddels ook nog vier boeken geschreven, zonder ghostwriter voor zover ik weet.

We hebben het over AKZO- en RSV-topman Allerd Stikker.

Zijn nieuwste boek heet En de mens speelt met de tijd, drie vensters op de eeuwigheid. Hij benadrukt daarin dat in het evolutieproces op onze aarde een aantal onverklaarbare onderbrekingen optreedt. Hij noemt ze eenmalige discontinuïteiten, wetenschappelijk onverklaarbaar. Ik begrijp ze als een soort onvermijdelijke maar qua herkomst raadselachtige evolutiesprongen die gepaard gaan met toename van kwetsbaarheid en bewustzijnsniveau. De mensheid hangt nu tegen zo’n nieuwe sprong aan en we moeten alle zeilen bijzetten om een mogelijke wereldcatastrofe te voorkomen. De sprong komt, met of zonder onze bijdrage. Alleen in het eerste geval kunnen wij het voortbestaan van de mensheid positief beïnvloeden. Voor het eerst in de evolutie is bij een discontinuïteit een dergelijke invloed van binnenuit mogelijk. Daartoe dienen wij ons ‘zelfreflecterend bewustzijn’ , zelf zo’n evolutiesprong, in te zetten. En wel nu! Want de tijd is op.

Hij wijst in zijn boek op drie grote discontinuïteiten in het verleden. Hij noemt ze ‘majeure mysteriën’, absoluut eenmalig, doorslaggevend in het proces van de evolutie en essentieel ‘voor het ontstaan, het bestaan en de toekomst van de mens en de menselijke samenleving.’ Hij is van oorsprong Delfts ingenieur, dus wat hij zegt is volkomen wetenschappelijk verantwoord maar als ik nog zijn ghostwriter was geweest, had ik het misschien allemaal iets simpeler geformuleerd. Wat hij zegt is evenwel echt intrigerend.

Het eerste mysterie is het ontstaan van het universum. Oerknal. Jawel, maar waardoor en wat was er voordien? Het tweede is het ontstaan van het leven. In relatief korte tijd gaat de levende natuur nieuwe vormen scheppen. ‘Er is nu niet alleen evolutie in de schepping, maar ook schepping in de evolutie.’ Het derde is het ontstaan van het zelfreflecterend bewustzijn in de mens, waar we het nu van moeten hebben. Noem het mind, zoals hij doet. In Sino-Japanse zencontext zouden we zeggen shin, het samenspel van hoofd, hart en hara (buik). Weer zo’n ‘majeure en eenmalige discontinuïteit, ongeveer 3,5 miljard jaar na het ontstaan van het leven.’ Hij noemt het ontstaan van het zelfreflecterend bewustzijn een ‘spirituele’ discontinuïteit. Waar komt die vandaan? Als hij het over deze mind heeft spreekt Stikker ook van: het zelfbewustzijn, de psyche, de geest, de ziel, de inspiratie, de creativiteit, ‘een niet-materiele wereld, waar we weinig van weten en die we niet kunnen meten, maar wel ondervinden.’

Wereldwijd wordt naar deze drie grote mysteriën veel onderzoek verricht. De auteur noemt ze ‘drie vensters die uitzicht bieden op een onbenoembare eeuwigheid’, waarin de vier belevingswerelden van macro (sterren/planeten), micro (atomen/moleculen), meso (dagelijks leven) en meta (reflectie en spiritualiteit) samensmelten. Zijn zoektocht door de eerste werelden brengt hem uiteindelijk bij het menselijk bewustzijn als mysterieus medium. Wij kunnen abstract , vooruit en terug denken, over onszelf nadenken, over bewustzijn en evolutie denken, we kunnen in taal spreken en schrijven. Kunst en cultuur scheppen met fantasie, instrument, pen en penseel. ‘Dit zelfreflecterend bewustzijn zou dus ook de mind kunnen worden genoemd.’ Een discontinuïteit vergelijkbaar met het ontstaan van het heelal en het leven. En het biedt nu de enige reddingsboei van ons bestaan.


Het grijpt mij zo aan, omdat dit volgens mij precies is waar de historische Boeddha op doelt als hij ons oproept om de oorzaak van het menselijk lijden te begrijpen. Daarvoor is dit zelfreflecterend bewustzijn nodig.

Stikker heeft het wel erg over ‘denken’, maar ik denk dat hij ook ‘waarnemen’ en ‘(in)zien’ bedoelt. Want dat is wat het zelfreflecterend bewustzijn doet. Werkelijk zien. Niet er langs kijken via ons uit grijpen en vluchten voortgekomen egosysteem, maar geraakt worden door het inzicht in wat er werkelijk gaande is en vanuit dat zien in actie komen. Zodat we ons kunnen laten leiden door een open en ziende mind.

Stikker spreekt over de heftige noodzaak van een nieuw leefmodel: ander consumptiegedrag, duurzaam energiegebruik, verantwoord voedingspatroon en meer aandacht voor cultuur en spiritualiteit. Hij hekelt daarbij de ‘duizenden consumentenproducten en televisieprogramma’s die geen toegevoegde waarde hebben anders dan dat ze voldoen aan het bevredigen van uiterlijk vertoon, sensatielust en grofheid en het opvullen van leegte in het bestaan’.

In feite wijst hij hier op de noodzaak de sprong naar een verlichte samenleving te maken, zoals die door onder andere door acharya en Shambala-voorman Han de Wit wordt bepleit. Onze diepste wens is immers dat wij allen op deze wereld in liefde kunnen samenleven. Kunnen wij die diepste wens vertrouwen als realiseerbaar of blijven wij hangen in onderling wantrouwen? Daar gaat het om.

Zelf benadrukt Stikker dat we het persoonlijk te doen hebben. Collectieve sturing van de doorbraak zit er nu nog niet in. We zullen het moeten hebben van wat hij noemt ‘het individuele organisme in het grote verband’…….’alles begint bij een grondige doorlichting’ van wat je zelf bent en doet binnen het evolutieproces. We zullen allemaal voor en in ons zelf de verloren samenhang tussen de belevingswerelden moeten herstellen. ‘De schepping’, zegt hij, ‘dat ben je zelf.’ Het moet de komende twee decennia –langer hebben we niet- van onderop komen. Oók van onderop komen! Via onderwijs en religie. In het besef dat de ziel van de aarde om evenveel aandacht vraagt als de ziel van de mens. Dat vereist een omslag van kwantiteit naar kwaliteit. Hoe gaan we persoonlijk geloven in dit nieuwe verhaal? Zodat het gaat leven in de instituties en de collectiviteit…. Ondertussen spelen we met de tijd….En was het niet Sekito Kisen (Shih-t’ou Hsi-ch’ien – 700-790) die aan het eind van zijn prachtige Sandokai zei: ‘Dit is mijn advies aan wie graag wil ontwaken: verspil geen tijd, noch in het donker noch in het licht!’