Nepal Revisited – Weemoed

Een dan nu een stukje van Ellen

Wat wilde ik hier graag nog een keer naar toe en wat vind ik het heerlijk om hier weer te zijn. Nergens ben ik liever dan hier. Hoezo dan ? Ik weet het niet. Ik kan van alles opnoemen wat ik hier heerlijk vind, en toch verklaart dat op een of andere manier niet wat me zo hier naar toe trekt. Maar wat heb ik getwijfeld of ik het aandurfde, deze reis. En wat ben ik elke dag blij dat we gegaan zijn !

We genieten er van om elke ochtend uren op de derde verdieping aan onze ontbijttafel te zitten met prachtig uitzicht op het meer. Maar meer nog geniet ik van elke stap die ik zet langs het water. Hoe vaak heb ik al die ‘ boulevard’  op en neer gelopen. En telkens is het weer anders, weer nieuw, weer zo vertrouwd en steeds meer zak ik in het aanwezig zijn hier. En steeds weer realiseer ik me dat ik nergens liever zou zijn.

Wat absoluut helpt is dat ik beter en een stuk meer slaap dan thuis. Ik hoef me niet door de dagen te sleuren maar voel me fit en sterk. Oh wat een wonder en wat een zegen.

Wat ook vreugde geeft is dat ik wat Nepalees geleerd heb. Niet veel; ik heb het geheugen van een lantaarnpaal, maar toch genoeg om wat uit te wisselen, mensen een mooie dag te wensen, wat vragen te stellen, en ik kan zeggen dat Dicks eerste vrouw overleden is en dat ik zijn tweede ben. Steevast vraagt men dan of we kinderen hebben en als ik vertel dat ik ze niet heb kijken ze zeldzaam beteuterd. Maar Dick heeft twee dochters. Daar zijn ze dan wel tevreden over, ook al weten we dat het niet hebben van een zoon ook wel een reden tot groot verdriet is in Nepal. Maar het wordt altijd lachen als ik stuntelend mijn woordjes uitspreek.

Dick oogst succes met zijn ‘ dhakatopi’. Dat is het traditionele hoedje dat Nepalese mannen altijd droegen. Tegenwoordig lang niet allemaal meer; er verandert hier enorm veel. Maar het hoedje oogst bijval : ‘ You look handsome with that hat !’ ‘ Nepali dhakatopi!’ Raamro ! (mooi !)

De vele bedelaars vormen weer de inmiddels bekende uitdaging. Een blinde die zingt of trommelt, een volkomen misvormde man met zijn enkels in zijn nek (en een open vreugdevolle blik in zijn ogen), een vrouw met een kindje dat een hoofd heeft dat een stuk groter is dan de rest van zijn lijf……..Niks geven lijkt geen optie, iets geven is nooit bevredigend omdat ik altijd het gevoel heb dat ik dan te weinig geef, en bovendien wellicht het bedelaarsgedrag in stand houd.

Voor het eerst was ik hier in ’86 en ’87. Ik had toen het gevoel dat ik op een andere planeet was, zonder enig contact met thuis. Alles was leuk spannend. Elektriciteit ontbrak, zeker in de bergen, we sliepen in schuurtjes waar ik thuis mijn fiets nog niet in zou zetten, een warme douche was een zeldzaamheid, spijkerbroeken werden net ontdekt, er waren nauwelijks mensen die engels spraken. De Nepalezen waren nog armer dan nu. Al zijn de meesten nog steeds straatarm. Maar nu……..je kan zó naar huis bellen, mailen, appen, de spanning is er wel een beetje af. Wat voordelen heeft, want we merken dat nu we ouder zijn dat wát spannend is nu soms meer als bedreigend spannend voelt dan als leuk spannend.

Zo gaan we omdat het zo goed gaat toch maar de bergen in. En hoe zal dat zijn? Is het er niet al te koud, vooral voor Dick, slapen we wel een beetje op 3600 meter hoogte, vinden we wel een geschikte slaapplek, hoe gaat dat met onze knieën………

Dick is 79 geworden gisteren. (ik herinner me dat ik in ’86 hier in de bergen een man ontmoette die 70 was. Dat vond ik enorm oud). Ik heb nog geen één toerist gezien van Dicks leeftijd. Respectabel. Hij doet het toch maar. We hebben stroopwafels en pepernoten uitgedeeld aan iedereen die we hier inmiddels kennen. Dat was leuk. Unan assi basra: 79 jaar!

Ons hotel met dat prachtige uitzicht is ‘s avonds omgeven door een enorm kabaal. minstens drie verschillende soorten muziek knallen keihard uit de omliggende restaurantjes. Een grote uitdaging. Daar komt bij dat onze gastheer-en vrouw bijzonder ongastvrij zijn. En toch blijven we. Dat uitzicht, waar we elke ochtend uren van genieten bij het ontbijt op het dak.

Weemoed. Waarschijnlijk zijn we hier voor het laatst. Dick wordt er te oud voor, en alleen ga ik niet. Voor mij zijn de uitdagingen ook nogal groot aan het worden.

Genieten dus, NU. En dat doen we. Nog twee-en-een-halve week. Wat zijn we bevoorrecht, in ZOveel opzichten.

Ellen