Nepal Revisited – Schrik

Van Ellen

Hemel wat een dag.

Eerst een zeer oncomfortabele en levensgevaarlijke dollemansrit in de bus. Ik heb ook vroeger hier al aardig wat van dat soort ritten meegemaakt maar dit sloeg alles. Ik heb serieus onderweg overwogen om afscheid te nemen van Dick, omdat ik dacht dat we het niet zouden overleven. Het liep goed af en bovendien was het fijn om een kleine kilometer af te dalen waardoor we in minder ijle lucht verkeerden en het minder ijskoud was.

Nog steeds zo’n uitermate primitief hotel waar je je eigen wc-papier moet kopen en waar het drinkwater vier keer zo duur was als in Pokhara, waar we nu weer zijn. Ons hotel bestond uit twee gebouwen waardoor je steeds de harde koude wind in moest als je naar het ‘restaurant’ wilde. In Jomson steekt het hele jaar rond 11 uur een keiharde onaangename en koude wind op. Een reden dat het vliegveld dan sluit omdat ze daardoor, en door het feit dat ze geen radar hebben en het vaak bewolkt wordt, niet meer vliegen.

En dan begint het. Dick weet opeens niet meer waar we zijn, hoe het hotel ook weer heet, waar we die dag vandaan komen, waar we naar toe gaan morgen, hij is zijn pincodes allemaal vergeten, ziet zijn mail maar begrijpt niet meer van wie die komen. Al die namen zeggen hem niks. Ik vertel hem wel 10 keer dat we in Jomson zijn en steeds vergeet hij dat weer. HELP ! Hij heeft al twee keer een TIA gehad in Nederland. Is dit er weer een ? HELP ! Wat moet ik doen, zeker als het erger wordt? Wat als hij een beroerte krijgt? Dick zit steeds zichzelf te overhoren maar zakt steeds voor elke test. Dan krijgt hij het ijskoud. Met al zijn kleren aan gaat hij in bed liggen. Ik maak twee kruiken voor hem maar hij bibbert over zijn hele lijf.

Intussen blijft hij opvallend rustig en maakt zelfs een grapje. ‘Je bent met een oud mannetje getrouwd en dat zal je weten!’ Maar ik weet niet wat ik moet doen. Kan ik hem even alleen laten? Ik wil proberen te achterhalen wat ik moet doen. En vanuit de kamer kan ik dat niet. Ik bedenk dat ik onze huisartsenpraktijk kan mailen maar het lukt me niet om internet-verbinding te krijgen.

Ik besluit om hem dan maar even alleen te laten. We zaten tot nu toe in de bergen geregeld in hotels waar verder niemand was, maar nu zijn er andere gasten gelukkig. Ik zoek iedereen op, zelfs op de kamers, om te vragen of er een dokter in de tent is. Iemand grapt dat hij alles van cement weet maar niets van ziektes. Maar ze zijn allemaal even aardig. Geen dokter.

Een jonge vent helpt me om de computer aan de gang te krijgen en ik mail naar Hypericon, onze huisartsenpraktijk in Nijmegen. Maar ja……áls ze al reageren dan zie ik dat vermoedelijk niet omdat de verbinding zo slecht is. De jongen die in het hotel werkt belt (ongevraagd) een dokter. Maar die is in Marpha, een dorp verderop. Hij kan komen, maar dat duurt nog zeker een uur of twee. Intussen loop ik op en neer naar Dick (in het andere gebouw) om te informeren hoe het is. Nog steeds hetzelfde. Jomson? Dat zegt hem nog steeds niks. Pokhara? (waar we wekenlang geweest zijn). Alle namen zijn voor hem klanken die hem niks zeggen. Gelukkig blijft hij nog steeds rustig. Ik uiterlijk ook, omdat me dat het meest behulpzaam lijkt, maar van binnen ben ik in paniek. Dick zegt dat hij per se niet naar een ziekenhuis wil. Maar als die dokter die komt nou zegt dat hij naar een ziekenhuis moet? Wat doe ik dan? Overigens kunnen we onmogelijk uit dit dorp weg omdat het vliegveld dicht is in de middag. Moet er een helikopter komen?

Zoals een aantal jaren geleden voor mij, toen we ook hoog in de Himalaya zaten? Maar vliegen die nu wél ? Intussen wordt het steeds kouder en blijft Dick maar bibberen.

Dan besluit ik Hans te appen. Mijn broer is arts. Die is nu aan het werk in zijn praktijk en de kans is klein dat hij dan naar privé-appjes kijkt. Maar ik moet alles proberen. Ik weer naar het andere gebouw waar dezelfde aardige jongeman me helpt om verbinding te krijgen met mijn telefoon. Ik besluit ingesproken berichtjes te sturen omdat dat sneller gaat, al moet ik ze kort houden omdat ik ze anders niet weg krijg. Na vier berichtjes…….

besluit ik Hans te bellen. Ook al weet ik dat hij, heel begrijpelijk, in principe voor zijn familie niet als arts wil fungeren. Maar dit is een noodgeval, vind ik. Overigens schat ik de kans dat hij zijn privé-telefoon opneemt op bijna nul. Maar dan komt de verlossing.

‘Met Hans’ klinkt het door de telefoon, alsof hij naast me staat. Terwijl ik op 3000 meter hoogte in een gat in de Himalaya zit, 10.000 kilometer van hem vandaan. Ik begin meteen te huilen. De paniek komt er uit. Ik vertel wat er aan de hand is en Hans reageert op een prettige manier zakelijk,  professioneel. Hij vraagt of Dick uitval heeft en ik vraag wat dat is. Of zijn lijf nog functioneert, alles het doet. Ja, gelukkig wel.

Dan is het een TGA, zegt Hans, wat vaak verward wordt met een TIA. Iemand helpt me met het zoeken van pen en papier, want Hans zegt (gelukkig, want ik onthoud op dit moment ook niet veel) dat ik het op moet schrijven. Transient General Amnesia. En dat ‘transient’ betekent dat het vanzelf overgaat, dat het 24 uur later voorbij zal zijn. Pffffffff. Ik kan niet vertellen hoe opgelucht ik ben. En hoe dankbaar ik Hans ben. Hij liep stomtoevallig (?) in de buurt van waar zijn telefoon ligt. Hij neemt hem gewoonlijk niet op. Ik weet hoe druk hij het heeft.

Die nacht slapen we niet veel. Dick wordt om middernacht wakker en stikt van de hitte. Overhoort zichzelf en is nog steeds alles kwijt. En ligt uren wakker (ik ook).  Als de ochtend aanbreekt is het over. Wat zijn we blij en dankbaar.

Intussen zijn we weer in de bewoonde wereld en dat is heerlijk. Ik heb de afgelopen week in de bergen enorm genoten. Ik heb mezelf vaak geknepen om te voelen of het wel echt was. Het was voor mij de vierde keer in dit gebied en telkens weer is het zo prachtig maar deze keer genoot ik het meest intens. Ik kon mijn ogen vaak niet geloven.

Maar het was ook zwaar, voor Dick nog meer dan voor mij. Maar mijn ‘oude mannetje’ (nog steeds geen toerist gezien hier van die leeftijd) heeft ook genoten en zich kranig gehouden in die zware omstandigheden.

We zijn hartstikke moe, allebei, en ook blij dat we dit gedaan hebben. Ik ben twee kilo afgevallen, ook al at ik daar zo vet mogelijk, en nu zijn we aan het bijkomen. Overmorgen door naar Kathmandu en dan de 23e op weg naar ons Heilig Land, waar we de 24e aankomen. Wat een fantastische reis. Wat een rijkdom om dit allemaal samen mee te mogen maken.

Ellen