Strandtent …

Wat is de mysterieuze aantrekkingskracht van een strandtent? Met je blote voeten op die zanderige houten planken? Die gemengde lucht van zonnebrandcrème, patat, bier en ziltheid? Het altijd aanwezige geluid van branding, zeemeeuwen en hoge kinderstemmen? Dat lome gevoel dat nooit meer iets hoeft en dat alles voor eeuwig uitgesteld mag worden? Of is het juist meer de tijdelijkheid van het bouwsel dat immers in de winter in brokstukken wordt opgeslagen – alsof je dus je toevlucht neemt in de rekwisieten van een traag toneelstuk? Van alles wat misschien; iets tijd- en thuisloos’ in elk geval.

Het zal wel een combinatie zijn van dit soort associaties, die van jongs af aan in mijn bewustzijn werden opgetast. Maar ze zouden er niet zijn zonder die ene alles bepalende factor: de zee. Je dacht misschien dat ik strand zou zeggen, want we hebben het over een strandtent. Maar geen strand zonder zee. Daarom is een essentieel aspect van een goede strandtent, dat zij een onbelemmerd uitzicht op de zee biedt. Geen hekwerken, prikkeldraad of tralies ervoor alstublieft.

Betreden wij een strandtent, dan kijkt mijn geliefde meteen naar de beste plaats om de zee te zien. Soms moeten we even wachten maar op den duur komen we meestal wel waar we wezen willen. En dan de verbazing! Hoe is het toch in ‘s hemelsnaam mogelijk dat strandtentbezoekers niet zelden met hun rug naar de zee gaan zitten? Wat ze dan doen? Roken, kletsen, puzzelen, lezen, gamen, bellen, van alles en nog wat, maar ze kijken niet naar de zee!

Terwijl van een jong koppel -rug naar de zee gekeerd- de één verzonken is in een e-reader en de ander in haar telefoon, kijken wij hoe golven ontstaan en voort- en doorrollen en via de branding de geest geven op het strand. Een eindeloos zich steeds herhalend proces, dat telkens en nooit hetzelfde is. Erboven een lucht waarin zich afspeelt wat absoluut niet in woorden te vatten is. Een ongelooflijke bewondering steekt opeens in mij de kop op voor zeeschilders als Willem Mesdag, Jan Toorop, Kees Verwey, Edgar Fernhout, Meeuwis van Buuren en Harold Schouten. Geen woorden, maar beelden, geen concepten maar magie, geen goocheltrucs maar mystiek.

Dan treft mij opeens een gedachte waar ik blij van word. De rugzitters doen uiteindelijk eigenlijk niets anders dan wij. Ja, zij zitten met hun rug naar die prachtige en ondoorgrondelijke zee, die meer verweven is met het leven dan wij doorgaans beseffen. Maar zij kijken wel met open ogen binnenin het leven zelf, waar zich evenzeer het ondoorgrondelijke voordoet. Waar zich evenzeer het proces afspeelt van opkomende en voortrollende golven die versterven op het vlakke strand van vergankelijkheid. Met e-reader en mobieltje zijn zij het leven zelf….. Wat wil je nog meer?

Een van mijn studenten, met een heel zwaar en moeilijk leven achter de rug, hoorde onlangs van een dokter dat ze nog maar een paar weken te leven had. Dat is inmiddels een kwestie van dagen geworden hoor ik van haar. Ik leg net de telefoon neer. Opeens heeft haar golf het vlakke strand bereikt en die zal weldra uitvloeien over het zand. De boodschap die ze uitdraagt is enkel die van dankbaarheid. Zo blij is ze hoe het leven uiteindelijk met al die lieve mensen om haar heen voor haar uitpakt. Ze heeft alle oordelen en flauwekul-hokjes achter zich gelaten en straalt de daarbij optredende thuisloosheid uit, wat betekent dat ze tenslotte toch nog thuis is gekomen. Zo dicht bij de dood heeft ze haar strandtent gevonden in overgave aan het leven zelf.

(ter nagedachtenis van Betty Kruit + 19 juli 2019)

Dick Verstegen